Core Web Vitals zijn drie meetwaarden waarmee Google beoordeelt hoe snel en stabiel een pagina in de praktijk laadt: Largest Contentful Paint (LCP) voor laadsnelheid, Interaction to Next Paint (INP) voor reactiesnelheid en Cumulative Layout Shift (CLS) voor visuele stabiliteit. Ze zijn een bevestigd onderdeel van de page experience-signalen van Google, maar ze wegen minder zwaar dan relevantie en inhoud. Voor B2B betekent dit: een trage site kost je zelden je hele ranking, maar een pijnlijk trage site kost je wel conversies en het laatste zetje in een dicht bij elkaar liggend zoekresultaat.

Ik merk bij klanten dat dit onderwerp twee kanten op schiet. Of niemand kijkt ernaar, of iemand is er maandenlang mee bezig terwijl de content ondertussen niet klopt. Beide zijn zonde. Laten we het daarom eerst nuchter neerzetten.

Wat Google echt meet met Core Web Vitals

De drie waarden gaan niet over hoe je site eruitziet in een testtool, maar over hoe echte bezoekers hem ervaren. Google gebruikt daarvoor veldgegevens uit het Chrome User Experience Report, oftewel de data van mensen die je pagina daadwerkelijk hebben bezocht met Chrome. Dat is een belangrijk verschil met een eenmalige snelheidstest, die alleen een momentopname in een labomgeving geeft.

De drempels die Google als "goed" beschouwt, zijn concreet. LCP moet onder de 2,5 seconden blijven: dat is het moment waarop het grootste element in beeld, vaak een afbeelding of een groot tekstblok, geladen is. INP moet onder de 200 milliseconden liggen en meet hoe snel je pagina reageert als iemand klikt of tikt. CLS moet onder de 0,1 blijven en gaat over verspringende elementen, denk aan een knop die net wegschuift op het moment dat je erop wilt klikken omdat er nog een banner inlaadt.

INP heeft in 2024 de oudere meetwaarde First Input Delay vervangen. Dat is relevant, want INP is strenger. Het kijkt niet alleen naar de eerste interactie maar naar de traagheid gedurende het hele bezoek. Sites met veel zware scripts, chatwidgets en trackingcode voelen dat.

Waarom dit voor B2B anders ligt dan voor webshops

Bij een webshop met duizenden productpagina's en directe aankopen kan een halve seconde extra laadtijd meetbaar omzet kosten. Dat is breed onderzocht en het klopt. In B2B ligt de conversie verderop in de funnel: iemand leest een artikel, download een whitepaper of vraagt een demo aan na weken oriëntatie. De relatie tussen laadsnelheid en directe omzet is daardoor minder recht toe recht aan.

Toch onderschat ik het niet. Waar het bij B2B echt telt, is op twee momenten. Ten eerste bij die eerste kennismaking, wanneer een potentiële klant via een zoekopdracht op je blog of dienstenpagina belandt en nog geen enkele reden heeft om geduldig te zijn. Ten tweede bij mobiel verkeer, dat ook in B2B blijft groeien. Iemand die tussen twee vergaderingen door op zijn telefoon jouw casepagina opent, wacht niet vier seconden op een verspringende layout.

En dan is er nog het punt dat mensen vaak vergeten: Core Web Vitals zijn een tiebreaker. Als jij en een concurrent qua inhoud en autoriteit dicht bij elkaar zitten, kan de page experience het duwtje geven. Het is geen hoofdrol, maar het is ook geen bijzaak die je straffeloos kunt negeren.

De valkuil: optimaliseren voor de tool in plaats van de bezoeker

De meest gemaakte fout die we tegenkomen, is dat een score van 100 in een testtool het doel wordt. Die scores zijn nuttig als diagnose, maar het zijn labwaarden. Google beoordeelt je op de veldgegevens van echte bezoekers. Je kunt een perfecte labscore hebben terwijl je LCP in de praktijk tegenvalt, bijvoorbeeld omdat je publiek op tragere verbindingen zit of omdat een externe font pas laat inlaadt.

Kijk daarom altijd eerst naar je veldgegevens in Google Search Console, onder het rapport Core Web Vitals. Daar zie je per groep pagina's of ze op mobiel en desktop in het groene, oranje of rode gebied vallen. Dat vertelt je waar je publiek echt tegenaan loopt, niet wat een simulatie denkt.

Wat vaak de grootste boosdoener is

In B2B is de zwaarste vertrager zelden de content zelf. Het zijn de externe scripts. Marketingautomatisering, meerdere trackingpixels, een chatbot, ingesloten video's en een cookiebanner die alles blokkeert tot iemand klikt. Elk stukje op zich lijkt onschuldig, maar bij elkaar duwen ze je INP en LCP over de grens. We hebben pagina's gezien waar het verwijderen van één ongebruikte tag de reactiesnelheid merkbaar verbeterde.

Wat je deze week kunt doen

Doe geen grote technische verbouwing zonder te weten waar het pijn doet. Open Google Search Console, ga naar het rapport Core Web Vitals en noteer welke van je belangrijkste pagina's, denk aan je meest bezochte blogartikelen en je dienstenpagina's, buiten het groene gebied vallen op mobiel. Dat is je startpunt en het kost je een halfuur.

Zie je dat LCP het probleem is op je landingspagina's? Dan is de meest effectieve ingreep vrijwel altijd je grootste afbeelding aanpakken. Zorg dat de hero-afbeelding een moderne bestandsindeling heeft zoals WebP, dat hij niet groter wordt geladen dan hij getoond wordt, en dat hij niet achter een script hangt dat eerst iets anders moet afwachten. Eén goed geoptimaliseerde afbeelding boven de vouw levert vaak meer op dan een week sleutelen aan code.

Volgende keer duiken we in INP en de rol die al die externe scripts spelen, want daar zit voor de meeste B2B-sites de echte winst. Voor nu: meet eerst, verbouw later.